Als derde en laatste stap op de verkenningstrip naar Azië bezochten Niek en Jean-Paul de Filippijnen. Hierbij een kort verslag van hun bezoek aan twee plaatsen op het noordelijke eiland Luzon.
Rond 17 uur landden we op het vliegveld van Manila. De douane en bagage gingen nog redelijk vlot, maar voordat we onze huurauto hadden waren we twee kantoren en heel veel formulieren verder. Het was al donker toen we konden vertrekken en kennis konden maken met waarschijnlijk één van de grootste verkeersinfarcten van de wereld. Files alle kanten op en na veel tandengeknars hadden we om 22 uur de krappe 60 km naar onze accommodatie overbrugd. Om daar in het pikkedonker voor een dichte slagboom te stranden. Na wat heen en weer gebel, wisten we via een andere route toch het hotel te bereiken en tegen 23 uur kropen we uitgeput in bed. Het was duidelijk dat de Filippijnen zich niet zo makkelijk laten benaderen.
De volgende ochtend bij een zonnig ontbijt werd ons humeur sterk verbeterd door een fraaie groep kleurrijke Coppersmith Barbets, die in de bomen om het terras van de vruchten kwamen snoepen. Verder het grootste deel van de dag doorgebracht in het prachtige woud van Mount Makiling. Hier merkten we dat ook de vogels zich hier een stuk lastiger lieten zien dan in de vorige bestemmingen. Waarschijnlijk komt het doordat er gejaagd wordt door de lokale bevolking. Maar de vogels die we in de kijker kregen waren wel heel bijzonder: de met een roze kop uitgeruste Coleto, de Red-crested Malkoha en de vuurrode Luzon Flameback zijn stuk voor stuk prachtige endemen. In de middag verkasten we naar een ander hotel in hetzelfde gebied en we werden verrast door de gastvrijheid en fantastische service van deze nieuwe lokatie. Een simpele wandeling in de tuin leverde endemische schoonheden als Guiabero (papegaaitje), Yellow-wattled Bulbul, Stripe-sided Rhabdornis en Philippine Hanging-Parrot op.
De volgende dag stond de rit naar Subic op het programma, wat betekende dat we de “hel van Manila” opnieuw mochten passeren. De vertraging was nu maar drie uur en dat valt hier mee (zelfs midden in de nacht staat alles compleet vast). Maar gelukkig waren we op tijd in Subic om in de middag al onze eerste vogels te zien en dat ging direct lekker: in de dode bomen langs de weg lieten Luzon Hornbill, Rufous-crowned Bee-eater, Blue-naped Parrot en Black-bibbed Cuckooshrike zich prachtig in de kijker krijgen. Ook de volgende dag bleek dat Subic wat makkelijker was qua vogels en de endemen vlogen ons om de oren. Philippine Woodpecker, Green Racquet-tail, Northern Sooty Woodpecker, Philippine Falconet, Philipine Green-Pigeon en Philippine Bulbul maakten ons steeds vrolijker.
Op de laatste dag nog een korte stop in het bos van Subic met toch weer twee nieuwe soorten, Philippine Coucal en de oogverblindende Purple Needletail, en daarna nog een korte stop bij een wetlandje, waar vooral de Philippine Pied-Fantail zich mooi liet zien. Daarna een laaste keer door Manila met haar deprimerende puinhopen, afval en sloppenwijken, om gelukkig goed op tijd aan te komen op het vliegveld.
De conclusie is wat duaal. De Filippijnen hebben heel veel endemische soorten en nog erg mooi ook, maar ze zijn lastig in de kijker te krijgen en ook verder is het land niet makkelijk. Manila is moeilijk te vermijden en de mensen zijn aardig en hartelijk, maar ook ambtelijk en weinig flexibel. Ook is de armoede in met name Manila erg schrijnend, zeker vergeleken met de rijkdom die er in de vorm van grote geblindeerde SUV’s doorheen rijdt. Deze bestemming laten we dan ook nog even op de plank liggen.
Filippijnen verkenning
You must be logged in to post a comment.